Rianne Letschert: zondagskind vol talenten

Talent aan het woord: Dat is het thema van PublicSpirit voor 2018. Welke mensen maken al jong het verschil? Wat drijft hen; hoe realiseren ze hun ambities? Hoe gaan ze om met hun grote verantwoordelijkheden? We geven in het komende jaar het woord aan tien jonge succesvolle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in de werkvelden waarvoor PublicSpirit zich inzet. We verheugen ons erop hun inspirerende verhalen aan u te presenteren op onze website. We geven het woord aan Rianne Letschert. Lees het interview hier of download de pdf. Ga naar Talent aan het woord voor een overzicht van alle interviews in de reeks.

Rianne Letschert

Van een gerichte carrièreplanning was geen sprake, zegt Rianne Letschert (1976). Haar talent werd gespot door de Universiteit Maastricht en tot haar eigen verrassing werd ze gekozen tot rector magnificus, als jongste vrouw ooit in Nederland. Als voorzitter van het genootschap ‘De Jonge Akademie’ was ze kennelijk zo opgevallen dat ze een aantal gebruikelijke stappen naar deze functie – ze was bijvoorbeeld nooit decaan geweest – kon overslaan. Waardoor viel Rianne zo op en onderscheidt haar dat nog steeds?

Alles begint met ècht luisteren

“Veel studenten zijn nu gericht bezig om bijbanen te zoeken die het te zijner tijd goed zullen doen bij het zoeken naar een baan. Maar ik heb heel gewone dingen gedaan tijdens mijn studie: in de horeca en een modezaak”, zegt Rianne. “Maar een zondagskind ben ik altijd wel geweest. Mijn belangrijkste talent is dat ik goed naar mensen kan luisteren en echt gebruik maak van hun mening. En dat ik dat vervolgens weer naar hen terugkoppel. Ik heb altijd goed kunnen communiceren. Luisteren naar anderen is echt het allerbelangrijkste. Ik geloof in de dialoog. In het proces naar een besluit moet iedereen met zijn of haar ideeën serieus genomen worden, of het nu gaat om decanen of studenten. Je moet gericht en met echte interesse vragen naar de opvattingen en ervaringen van anderen, en vervolgens ook duidelijk maken wat je er wel of niet mee gedaan hebt en waarom, dan blijven mensen echt betrokken. Twijfelen in alle openheid hoort er soms ook bij, maar niet te lang, want ik ben wel wat ongeduldig in het bereiken van oplossingen.”

Toegankelijk

Ziehier de rode draad – ‘dialogical leadership’ – in de loopbaan en het succes van deze ongewoon jonge actor in de academische wereld. “Ik ben nooit een meeloper geweest, maar ook geen alternatieveling. Al jong ging ik met mijn vader mee naar allerlei bijeenkomsten in het multiculturele circuit, waarin hij directeur van een instelling was, eerst in Oost-Gelderland, later in Brabant. Bij hem was het glas altijd halfvol, dat geldt voor mij ook. Maatschappelijke betrokkenheid heb ik met de paplepel ingegoten gekregen; openheid en respect voor iedereen was bij ons thuis de norm. Zo leerde ik vanzelf om me gemakkelijk sociaal te bewegen, in welk milieu dan ook.

Ik ging eerst Nederlands Recht en later Internationaal Recht studeren. Die studie heb ik niet gekozen met het oog op een mooie loopbaan, maar vanuit inhoudelijke passie. Wie mij in mijn promotie-onderzoek, maar vooral als mens enorm heeft geïnspireerd, is oud-minister Max van der Stoel, een van mijn promotors. Ik ben een aantal keer met hem op stap geweest, bijvoorbeeld naar Macedonië. Geweldig hoe hij in elk situatie zichzelf bleef, altijd toegankelijk voor iedereen. Hij wist ontzettend veel, maar bleef bescheiden in elke situatie en tegenover iedereen die hij trof, waar ook ter wereld.

Echt iets voor elkaar willen krijgen

Ze wijst naar een indringend fotoportret aan de muur van haar werkkamer. “Deze dame is voor mij iemand die er echt toe doet. Ik heb haar leren kennen in Rwanda. Iemand die alle slechts waartoe mensen in staat zijn, heeft meegemaakt, en die toch doorgaat en positief in het leven staat. Mensen zoals zij geven mij een enorme drive. Ze is gemarteld, verkracht, zag haar kinderen voor haar ogen vermoord worden, en nog veel meer… ze heeft het allemaal meegemaakt en steeds opnieuw. Als je haar verhalen hoort en toch haar veerkracht voelt, dan kun je niet anders dan alles uit je eigen kracht halen om je in te zetten voor welk doel dan ook. Dat is ook een eigenschap die ik heb: handen uit de mouwen en echt iets voor elkaar willen krijgen. Daarom passen juist deze universiteit en ik zo goed bij elkaar: geen op-de-borstklopperij, maar een doordachte en effectieve prestatie neerzetten. Want min of meer tegen de stroming in is Maastricht heel groot geworden in een relatief korte tijd en heeft ze een prominente plek in de academische wereld veroverd – ook in het buitenland.”

Multidisciplinair

“Natuurlijk is het fijn dat er zoveel positieve reacties zijn op het feit dat ik deze functie bij Maastricht University heb. Maar ik wil het nu eerst maar eens laten zien, je moet tenslotte wel echt iets voor elkaar krijgen. Ik wil niet dat mijn eigen profilering de instelling in de schaduw stelt; het moet geen promotie van de BV Rianne worden.”

Het hoort vanzelfsprekend bij Riannes positie om te letten op de economische kant van het ‘bedrijf’ en om te investeren in haar netwerken, maar ze voelt zich met name gedreven vanuit de inhoud. “Van huis uit ben ik een alfa, maar ik vind nu de betarichtingen ook zó leuk, de faculteiten Geneeskunde en Sciences vind ik echt een snoepwinkel. De verschillende disciplines kunnen elkaar enorm verrijken. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om multidisciplinair te denken. Studenten zijn nog te vaak in monostudies opgesloten, dat moeten we doorbreken. We zijn hier dan ook steeds op zoek naar vernieuwende programma’s voor de studenten, waarin kennisgebieden met elkaar verbonden zijn. Bij de vernieuwingen binnen de universiteit, bijvoorbeeld bij het opzetten van zo’n nieuw programma, stuur ik eerst op de inhoudelijke contouren. Daarna zien we wel hoe we het allemaal organisatorisch gaan inrichten.”

Altijd goed voorbereid

Riannes vakgebied is gericht op slachtoffers van oorlogsmisdaden, genocide en terrorisme. Naast haar werk als rector blijft ze wetenschappelijk actief op dit gebied, blijft ze nu en dan reizen naar gebieden waar mensen in de knel zitten en publiceert ze over haar onderzoeken. Dat doet ze echter niet onder de vlag van Maastricht – “je moet elke schijn van belangenverstrengeling voorkomen” – maar vanuit de universiteit van Tilburg, waar ze werkzaam was voordat ze naar Zuid-Limburg overstapte. “Inderdaad, dat is al met al een hele kluif. Want ik geniet enorm van de universiteit en alles wat erbij hoort, maar heb ook veel energie en tijd nodig om alles te kunnen overzien. Ik had immers nog niet al te veel bagage voor deze functie in mijn rugzakje. Ik wil nooit onvoorbereid in een bespreking komen, heb niet de positie om dingen een beetje uit de losse pols te doen. Dat betekent: alles goed voorbereiden, strak plannen en veel extra uren maken. En ook nog op een degelijke manier combineren met mijn betrokkenheid bij bijvoorbeeld het Libanontribunaal of mijn lidmaatschap in de Raad van Toezicht bij  Slachtofferhulp Nederland en als lid van het net opgerichte Adviescollege Levenlangsgestraften.

Veelzijdig blijven

Gelukkig loopt de combinatie werk – thuis goed op rolletjes, ook omdat we veel praten over hoe we met elkaar omgaan en wat mijn werk betekent voor het gezin. Voor je privé-omgeving geldt hetzelfde als je professionele omgeving: goed luisteren naar elkaar en uitleggen waar je mee bezig bent, is het allerbelangrijkste. Dan willen mensen ook met je meedenken, bijvoorbeeld de ouders van andere kinderen op school. Als er bij ons eens iets niet goed gaat, wanneer we in alle drukte zijn vergeten iets te regelen, dan vangen andere ouders dat altijd spontaan op. Dat kun je niet genoeg waarderen.

Ik ben me ervan bewust dat ik nog steeds een zondagskind ben en alles mee heb: een man die veel tijd aan de kinderen kan besteden, ouders die altijd inzetbaar zijn. De kinderen vinden het ook fijn om bij hen te zijn. Alleen de oudste vindt het wel lastig dat ik er vaak met het avondeten niet ben. Dat houden we wel goed in de gaten: mocht het op enig moment niet meer te doen zijn wat de kinderen betreft, dan ga ik weer wat anders doen. Ook daarom is het goed om me breed te blijven inzetten, en ook wel op de ontwikkeling van mijn cv te letten. Komende zomer ga ik weer voor een onderzoek naar Congo, daar verheug ik me nu al op.”

Download het interview of ga naar Talent aan het woord voor een overzicht van alle interviews in de reeks.

PublicSpirit