Jeroen Spanbroek gaat met zevenmijlslaarzen door onderwijsland

Talent aan het woord: Dat is het thema van PublicSpirit voor 2018. Welke mensen maken al jong het verschil? Wat drijft hen; hoe realiseren ze hun ambities? Hoe gaan ze om met hun grote verantwoordelijkheden? We geven in het komende jaar het woord aan tien jonge succesvolle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in de werkvelden waarvoor PublicSpirit zich inzet. We verheugen ons erop hun inspirerende verhalen aan u te presenteren op onze website. We geven het woord aan Jeroen Spanbroek. Lees het interview hier of download de pdf. Ga naar Talent aan het woord voor een overzicht van alle interviews in de reeks.

Je bent gymleraar en wilt vervolgens al heel vroeg in je carrière schoolbestuurder worden. Waarom wil je dat en hoe realiseer je dat? En wat betekent dat vervolgens in je dagelijks leven en voor je verdere ambities? Jeroen Spanbroek (37) vertelt hoe hij uiteindelijk lid werd van het College van Bestuur van Blosse, een Noord-Hollandse organisatie met 27 kindcentra voor kinderopvang en primair onderwijs. Er werken meer dan 1000 medewerkers. Jeroens verhaal begint, heel bijzonder, bij een keer blijven zitten op de middelbare school.

“Ik bleef zitten en alles werd anders”

“Ons gezin was heel gewoon en traditioneel: vader politieagent, moeder huisvrouw, een broer en een zus”. Het gezin waar Jeroen Spanbroek opgroeide, woonde in het Brabantse dorpje Riethoven. Jeroen vertelt over zijn schooltijd: “Ik kon goed leren, en heb altijd veel aan sport gedaan, maar was een heel gewoon, onopvallend en beetje kleurloos kind. In de vijfde klas op het VWO werd alles anders. Ik bleef zitten op een tiende punt. Dat was natuurlijk een grote frustratie, maar ik kon toen nog niet weten dat dit voor een essentiële verandering zou zorgen. In positieve zin: ik bleek veel beter te passen in de heel andere klas waarin ik terecht kwam. Ik kon me op sociaal gebied ontplooien en ik kwam letterlijk uit mijn schulp. Heb vervolgens nog twee geweldige jaren gehad daar op school.”

“Geduld is niet mijn grootste kwaliteit”

“Ik wilde altijd al gymleraar worden en ging naar de ALO in Amsterdam. De eerste twee jaar was het fantastisch en ik wilde met overtuiging leraar worden. Ik kon ervaring opdoen in mooie stageplekken, voelde me echt op mijn plek. Wat mij veel voldoening gaf, en waar ik altijd hard aan heb gewerkt, is de sociale ontwikkeling die kinderen doormaken door aan sport te doen. Niet om de prestaties, als ze er maar plezier aan beleven en hun energie op een positieve manier kwijt kunnen. Ik heb in die eerste tijd echt alles uit het vak gehaald, onder andere samen met FC Utrecht gewerkt met Utrechtse straatschoffies. Maar na verloop van een jaar of vier wilde ik meer, ging me bemoeien met dingen die buiten mijn eigen vakgebied vielen. Ik besloot dat ik iets wilde gaan doen met organisatie en management en ging naast mijn werk hbo-management studeren. Wij hadden toen net ons eerste kindje, dus het was een drukke tijd. Maar geduld is niet mijn grootste kwaliteit: ik wilde er ook meteen in de praktijk mee aan de slag.

Regelmatig samen een weekend weg

Even een tussenstap: werken, studeren en een kindje. Hoe organiseerden jullie dat? Jeroen: “Mijn vrouw werkte toen drie dagen in de week, dat ging prima. Zij werkt ook in het onderwijs, dat maakte het wel gemakkelijker. Onze beide families wonen ver weg in Twente en Brabant dus daar konden we in de Randstad geen beroep op doen, maar met een beetje creativiteit hebben we het altijd goed kunnen oplossen. Inmiddels hebben we twee dochters en mijn vrouw heeft een volledige dagtaak aan haar eigen onderwijsbureau. We werken allebei regelmatig thuis, zodat we maar voor twee dagen een beroep hoeven te doen op opvang. En er zijn ook veel dingen te organiseren buiten werktijden. Zo volgt mijn oudste dochter een dansopleiding in Amsterdam, ik haal haar altijd op van die school en dan rijden we samen naar huis. Mijn jongste dochter doet aan twirlen, ook daar ben ik vaak bij, ik zit regelmatig de hele zondag in de sporthal. En wat ik iedereen kan aanraden: wij gaan zo’n twee keer per jaar met z’n tweeën een weekend weg, dus de kinderen en het werk even op afstand.”

Twee grote omslagen

Wat was je eerste stap in de richting van de managementpraktijk en schoolorganisatie? “Ik kreeg de kans om coördinator te worden op een VSO-school die samenwerkte met een internaat. Die overstap van leraar naar coördinator had voor mij veel betekenis. Ik kreeg vertrouwen en autonomie. Mijn directeur daar was voor mij ook een voorbeeld: zij had de zaken uitstekend voor elkaar. Die baan was een mooie inhoudelijke uitdaging, het was namelijk een zwakke school. Ik ben toen met het team hard aan de slag gegaan en het is ons gelukt om dat stempel kwijt te raken. Daar waren we allemaal heel trots op. De volgende grote stap was dat ik directeur werd op een SBO school. Het was een krimpschool en de onzekere toekomst was funest voor de sfeer daar. Met allerlei initiatieven heb ik het vertrouwen van het team en de ouders weer terug kunnen halen. Vervolgens werd de sectordirecteur van het bestuur, waar we deel van uitmaakten, voor lange tijd ziek. Het ging om zeven SBO-scholen en een SO-school, allemaal speciaal onderwijs. Mij werd gevraagd om hem gedeeltelijk te vervangen. De stap van één school naar meer scholen was net zo’n grote omslag als die van leraar naar coördinator. Als je iets weet te realiseren wat je heel graag wilt, en het gaat dan ook nog eens goed, dan is dat een enorme stimulans.

Altijd de menselijke factor voor ogen

En de volgende stap was ook niet mis: lid van het College van Bestuur van Blosse. Hoe is dat college samengesteld? “We zijn met z’n drieën, 1 vrouw en twee mannen. Ik ben de jongste van de drie, de beide mede-leden zijn zo’n tien, respectievelijk twintig jaar ouder dan ik. Wij begrijpen elkaar heel goed en werken uitstekend samen. In zo’n klein team is het trouwens ook heel prettig dat je elkaars persoonlijke situatie goed aanvoelt. De oudste collega heeft bijvoorbeeld kleinkinderen in de leeftijd van mijn kinderen, de kinderen van het jongere collegelid zitten daar net tussenin. Als er dan eens iets voorvalt op het thuisfront, dan heb je veel aan elkaar.”

Je kreeg deze functie na een sollicitatieprocedure waarvoor tientallen mensen belangstelling hadden. Wat denk je dat het onderscheidende aan jou is, over welke talenten beschik jij? “Beetje lastig om dat heel precies te duiden. Ik haalde bijna nergens een negen voor maar wel voor alles een dikke zevenenhalf. Wat ik goed kan is de verbinding maken tussen praktijk en theorie. Wat ook goed van pas komt is dat ik zowel thuis ben in aspecten zoals HRM als in de bedrijfseconomische kant. Mijn alfa- en bèta kant zijn beide goed ontwikkeld. Bovendien houd ik altijd de menselijke factor goed voor ogen. Ik hecht meer aan vertrouwen dan aan controle.”

Eigen feedback organiseren

Is er ook een eigenschap die je wel eens in de weg zit? “Dat is lastig te beantwoorden. Ik wil altijd een goede verbinding maken met iedereen, wat het soms ingewikkeld maakt om beslissingen te nemen. Ik wil vertrouwen geven en toch van allerlei zaken op de hoogte zijn, dat geeft soms een spanningsveld. Dat soort dingen kan veel energie kosten. Het is soms moeilijk de balans te houden. Sporten is nog steeds een belangrijke uitlaatklep voor mij. Verder organiseer ik mijn eigen feedback. Met veel met mensen – zowel binnen als buiten de organisatie – praten over wat je tegenkomt, brengt je steeds weer een stapje verder. Ik ben iemand die planmatig, maar wel informeel werkt aan zijn eigen ontwikkeling, ook op congressen en studiedagen. Verder haal ik veel informatie uit de sociale media, vooral LinkedIn. Ik doe niet aan facebook, want je kunt jezelf kwetsbaar maken wanneer privé en werk door elkaar gaan lopen. Internet is voor mij echt de bron bij uitstek, ik lees geen kranten of vakbladen, laat staan boeken. Daar ben ik te ongeduldig voor.

“Wel altijd beschikbaar, niet altijd mee bezig”

Waar gaat die ontwikkeling je verder naartoe leiden, wat zijn je volgende ambities? Ik ben in acht jaar vanuit de positie van leerkracht hier terechtgekomen. Daar ben ik heel tevreden mee, er is nog veel te doen. Waarschijnlijk zal ik nog wel een tijd bestuurder blijven. Vooral eerlijkheid en oprechtheid wil ik bewust voor ogen houden, benaderbaar zijn voor iedereen. Investeren in goed onderwijs in plaats van ‘wie heeft ‘t voor het zeggen’. Daarom wil ik op regionaal niveau de samenwerking met scholen zoeken en niet denken in kaders van verzuilde opvattingen, waar gelukkig nu langzamerhand een einde aan komt. En ik wil bewust blijven kiezen voor investeren in ‘thuis’. Het is een goede tendens dat er tegenwoordig meer ruimte is voor het evenwicht tussen je werk en je privéleven. Je bent wel altijd beschikbaar voor je werk, maar je hoeft er niet altijd mee bezig te zijn.

Download het interview of ga naar Talent aan het woord voor een overzicht van alle interviews in de reeks.

Graag nodigen wij u uit voor de bijeenkomst ‘Talent aan het woord’ op 6 december a.s. waarin wij de afronding van de reeks interviews willen markeren. U kunt zich aanmelden tot 1 december door een e-mail te sturen naar aanmeldingen@publicspirit.nl.

PublicSpirit