Ethici – Landelijk

Solliciteer direct

Introductie

Voor onze opdrachtgever Regionale Toetsingscommissie Euthanasie zijn wij op zoek naar ethici.

U kunt reageren tot en met 1 januari 2018 (ref. nr. 6297).

Organisatie

INTRODUCTIE
De (Regionale) Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) toetsen of een arts, die op verzoek van een patiënt die uitzichtloos en ondraaglijk lijdt, euthanasie heeft toegepast of hulp bij zelfdoding heeft verleend zich heeft gehouden aan de zorgvuldigheidseisen.
Deze eisen zijn beschreven in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL). De toetsing vindt achteraf plaats.

Het lidmaatschap van een RTE is een nevenfunctie die u kunt invullen naast uw reguliere bezigheden. Voor uw werkzaamheden ontvangt u een vergoeding op basis van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies (Wvac) en de daarop gebaseerde regelgeving.

De toetsingscommissies worden ondersteund door secretariaten. De medewerkers van het secretariaat van de regio waarin u terecht komt, vormen uw directe aanspreekpunt voor vragen.

MISSIE RTE
De RTE toetsen onafhankelijk en onpartijdig meldingen van artsen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding als bedoeld in de WTL. De werkzaamheden van de RTE zijn gericht op het borgen van zorgvuldigheid, transparantie en controleerbaarheid van de Nederlandse euthanasiepraktijk.

ORGANISATIE TOETSINGSCOMMISSIES
Er zijn vijf toetsingscommissies die ieder een eigen regio bestrijken. Iedere regionale commissie bestaat uit drie (steeds wisselend samengestelde) teams van drie leden: een jurist, tevens voorzitter, een arts en een deskundige inzake ethische of zingevingvraagstukken. Iedere commissie wordt ondersteund door meerdere secretarissen, allen jurist.

Functie

WERKZAAMHEDEN
De reguliere werkzaamheden van commissieleden zien er als volgt uit:
Maandelijks worden er aan ieder commissielid digitaal gemiddeld 35 niet-vragen oproepende (NVO-)dossiers ter beoordeling voorgelegd. Ook neemt ieder commissielid jaarlijks vier (fysieke) commissievergaderingen voor zijn rekening waarop ongeveer 30 vragenoproepende (VO-)dossiers worden beoordeeld. Deze dossiers zijn voorzien van een conceptoordeel en worden een tot twee weken voorafgaand aan de vergadering aan de commissieleden toegestuurd ter bestudering. Ten slotte levert het commissielid een bijdrage aan de dossiers die incidenteel door een andere commissie in de plenaire discussieruimte voor advies worden voorgelegd aan alle commissieleden.

Van elk commissielid wordt verwacht dat men het halfjaarlijkse disciplineoverleg (van juristen, artsen en ethici) bijwoont, de jaarlijkse plenaire heidag voor alle commissieleden en het jaarlijkse overleg van de regionale commissie. De voorzitters wonen ook nog twee keer per jaar het voorzittersoverleg bij waarop de belangrijkste regio-overstijgende zaken worden besproken.
De inschatting van de gemiddelde werkbelasting voor de reguliere werkzaamheden is circa 20 tot 25 uur per maand voor leden en circa 25 tot 30 uur per maand voor voorzitters.

Daarnaast wordt op alle leden bij tijd en wijle een beroep gedaan om incidentele extra activiteiten op zich te nemen. Daarbij valt te denken aan het deelnemen in verschillende commissies, zoals: jaarverslagcommissie, redactiecommissie Code of practice, publicatiecommissie, Reflectiekamer en/of sollicitatieadviescommissie.

ONDERSTEUNING TOETSINGSCOMMISSIES
De vijf toetsingscommissies worden ondersteund door secretariaten. De secretariaten van de RTE maken, met het oog op doelmatigheid, deel uit van het Ministerie van VWS. Ze zijn georganiseerd binnen de Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges en Toetsingscommissies (ESTT).

De medewerkers van de secretariaten van de RTE werken alleen voor deze commissies. Binnen de secretariaten werken 27 medewerkers die gezamenlijk een personele organisatie vormen van 19,25 voltijds functies.

De commissies zijn verdeeld over vijf regio’s, de secretariaten zijn op drie locaties gehuisvest.
Het secretariaat in Groningen faciliteert de commissie van regio 1, het secretariaat in Arnhem faciliteert de commissie van regio 2 en 5 en het secretariaat in Den Haag faciliteert de commissie van regio 3 en 4.
regio 1 Groningen, Friesland, Drenthe en BES-eilanden
regio 2 Overijssel, Gelderland, Utrecht en Flevoland
regio 3 Noord-Holland
regio 4 Zuid-Holland en Zeeland
regio 5 Noord-Brabant en Limburg
De coördinerend voorzitter, de algemeen secretaris en het team van de coördinerend voorzitter behandelen regio-overstijgende zaken.

DE COÖRDINEREND VOORZITTER
De coördinerend voorzitter is het boegbeeld van de RTE. De coördinerend voorzitter treedt op in de media en bevordert zoveel mogelijk de eenheid en consistentie in de beoordeling van meldingen door de commissies. Om een goede aansluiting te houden met de toetsingspraktijk is de coördinerend voorzitter tevens voorzitter van de commissie Noord-Holland.

ALGEMEEN SECRETARIS
De algemeen secretaris werkt onder verantwoordelijkheid van de coördinerend voorzitter en heeft een coördinerende, ontwikkelende en uitvoerende rol in regio-overstijgende taken. De algemeen secretaris coördineert de inhoudelijke behandeling van meldingen volgens de geldende wet- en regelgeving, het jaarverslag, de kwaliteitsborging binnen de afzonderlijke secretariaten, de consistentie en uniformiteit van de oordelen, de beantwoording van Kamervragen en voorlichtingsactiviteiten. De algemeen secretaris adviseert de (plaatsvervangend) coördinerend voorzitter, de commissieleden en secretarissen bij inhoudelijke en procedurele vragen. De algemeen secretaris voert, samen met de coördinerend voorzitter, regulier overleg met het OM en de IGJ (Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd) en is het eerste aanspreekpunt voor de ministeries van VWS en JenV.

TEAM COÖRDINEREND VOORZITTER (TCV)
Leden van het TCV zijn: coördinerend voorzitter, plv. coördinerend voorzitter, een vertegenwoordiger van de artsen, een vertegenwoordiger van de ethici, de algemeen secretaris en de adjunct-directeur ESTT/VWS.

Het TCV heeft een agenda waarin met het oog op de centrale coördinatie o.m. de volgende agendapunten staan:
o Agendering en programmering voorzittersoverleg, werkgroepen en andere landelijke bijeenkomsten.
o Uitvoering besluiten voorzittersoverleg.
o Afstemming en terugkoppeling.

FREQUENTIE
o Ten minste vier keer per jaar en overigens zoveel als nodig.

SECRETARISSEN
De secretarissen selecteren de meldingen en bepalen of meldingen vragenoproepend (VO) of niet-vragenoproepend (NVO) zijn, controleren de processtukken op volledigheid en stellen een conceptoordeel op.
De secretarissen bereiden de commissievergaderingen inhoudelijk en procedureel voor, hebben een raadgevende stem in de vergadering en handelen de melding na de vergadering af. Zij stemmen tevens het beoordelingsbeleid van de verschillende RTE onderling af en beheren de diverse inhoudelijke en procesmatige portefeuilles.

ADJUNCT-SECRETARISSEN
De adjunct-secretarissen ondersteunen de secretarissen in hun werkzaamheden en concipiëren (concept)oordelen voor de commissies.

PROCESONDERSTEUNERS
De procesondersteuners ontvangen en registreren de meldingen en maken daar een dossier van. Zij wijzen NVO-meldingen toe aan de leden en bewaken de voortgang van de afhandeling. Deze meldingen worden voornamelijk digitaal behandeld. De procesondersteuners verzorgen de aangetekende verzending van vraagoproepende meldingen aan de commissieleden voor de vergaderingen van de RTE en zijn beschikbaar voor ondersteuning, afhandeling en archivering.
De procesondersteuners stellen maandelijks een voortgangsrapportage op, doen een deel van de financiële administratie en zijn aanspreekpunt voor de commissieleden op het gebied van facilitaire zaken.

DIRECTIE ESTT
De directie bestaat uit circa 80 medewerkers, die betrokken zijn bij de bedrijfsmatige, administratieve en juridische ondersteuning van de euthanasiecommissies en medische tuchtcolleges. De directie wordt geleid door een MT (directeur, adjunct directeur). De verantwoordelijkheid voor de inhoudelijk- juridische werkzaamheden van de euthanasiecommissies ligt niet bij de directie ESTT, maar bij de onafhankelijk coördinerend voorzitter.

De adjunct-directeur is tevens verantwoordelijk voor de financiële, personele en facilitaire ondersteuning en geeft leiding aan de afdeling Bedrijfsbureau met adviseurs op het gebied van
· Financiën en Huisvesting
· Human Resources
· Juridische zaken
· Communicatie


TOETSINGSCOMMISSIES EUTHANASIE

Wettelijk Kader
In Nederland en op de BES-eilanden Bonaire, Saba en St. Eustatius zijn levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in beginsel strafbaar (artikelen 293 en 294 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr).

Van een strafbaar feit is geen sprake indien de levensbeëindiging op verzoek of de hulp bij zelfdoding plaatsvindt door een arts, die heeft voldaan aan de in de wet vastgelegde zorgvuldigheidseisen én zijn handelen heeft gemeld aan de gemeentelijke lijkschouwer. In de hiervoor genoemde wetsartikelen is deze uitzondering als bijzondere strafuitsluitingsgrond opgenomen (artikelen 293, tweede lid en 294, tweede lid WvSr).

De zorgvuldigheidseisen zijn vastgelegd in artikel 2, eerste lid van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL), terwijl de meldingsplicht is uitgewerkt in artikel 7, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging.

Bij de melding aan de lijkschouwer voegt de arts een beredeneerd verslag waarin hij motiveert waarom hij naar zijn mening aan de zorgvuldigheidseisen heeft voldaan. Voor het opstellen van een dergelijk verslag is een model beschikbaar op de website van KNMG en RTE dat – bij voorkeur digitaal – door de arts wordt ingevuld.
De lijkschouwer schouwt het stoffelijk overschot (uitwendig) en gaat na hoe en met welke middelen het leven van de patiënt is beëindigd. Hij controleert of het verslag van de arts volledig is ingevuld. De lijkschouwer meldt de euthanasie, dat wil zeggen de levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, aan een van de regionale toetsingscommissies euthanasie en doet deze melding vergezeld gaan van het verslag van de arts, het verslag van de door de arts geraadpleegde (SCEN) arts en – indien aanwezig – de schriftelijke wilsverklaring van de overledene. Ook legt hij aan de commissie de overige door de arts verstrekte relevante stukken over, zoals patiëntenjournaal en specialistenbrieven.

TAKEN, BEVOEGDHEDEN EN WERKWIJZE
In de WTL is bepaald dat de RTE beoordelen of de arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen van artikel 2, eerste lid van de WTL.

De arts zal aan de commissie duidelijk moeten maken dat is voldaan aan de in artikel 2, eerste lid genoemde zorgvuldigheidseisen c. (voorlichting), e. (raadplegen onafhankelijke consulent) en f. (medisch zorgvuldige uitvoering); én de arts moet aannemelijk maken dat hij, gelet op de omstandigheden van het geval, in redelijkheid tot de overtuiging kon komen dat was voldaan aan de zorgvuldigheidseisen genoemd onder a. (vrijwillig en weloverwogen verzoek), b. (uitzichtloos en ondraaglijk lijden) en d. (geen redelijke andere oplossing). De laatstgenoemde wijze van toetsen wordt in het juridisch spraakgebruik ook wel ‘marginale toetsing’ genoemd.

De beoordeling van het handelen van de arts vindt plaats aan de hand van het verslag van de arts en alle andere bij de melding gevoegde stukken. Meteen na ontvangst van de melding en eerste lezing van de bij de melding ontvangen stukken maakt een ervaren secretaris/jurist van de commissie een inschatting of de melding bij de commissie vragen zal oproepen of niet. Bij NVO’s is de inschatting dat de zorgvuldigheidseisen van de wet in acht zijn genomen én de verstrekte informatie voldoende volledig is. De NVO’s worden digitaal aan drie leden van de commissie (jurist, arts en ethicus) voorgelegd en in beginsel digitaal door hen beoordeeld. Zo kunnen deze meldingen zo snel mogelijk worden afgehandeld. Als één van de beoordelende commissieleden van mening is dat de melding wél vragen oproept, wordt de melding doorverwezen voor behandeling op de maandelijkse commissievergadering, waar ook de andere VO-meldingen worden behandeld.

Meldingen van euthanasie die bij de eerste selectie of tijdens het verdere toetsingsproces vragen oproepen ten aanzien van een of meer zorgvuldigheidseisen worden als VO aangemerkt. VO’s kunnen ook meldingen betreffen waarvan de RTE hebben afgesproken dat die nadere discussie behoeven, zoals bijvoorbeeld meldingen van euthanasie bij patiënten die lijden op grond van dementie, psychiatrische aandoeningen of stapeling van ouderdomsaandoeningen.

Wanneer de commissie naar aanleiding van een melding vragen heeft of nadere informatie of toelichting nodig heeft, wordt de arts en/of de geconsulteerde (SCEN) arts daarover benaderd. Dit kan zowel telefonisch als schriftelijk. Is de aldus verkregen informatie niet voldoende om tot een goede beoordeling van het handelen van de arts te komen, dan kunnen arts en/of consulent worden uitgenodigd voor het geven van een mondelinge toelichting en het beantwoorden van vragen van de commissie (artikel 8 van de WTL). Van deze mondelinge toelichting wordt een verslag gemaakt. Voordat dit verslag wordt vastgesteld wordt het concept ervan aan de arts voorgelegd met de vraag of de inhoud van de door de arts gegeven toelichting correct is weergegeven. Daarna velt de commissie een definitief oordeel.

In alle gevallen waarin de commissie op basis van de verstrekte stukken voornemens is tot het oordeel te komen dat de arts niet conform één of meer zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld wordt de arts voor een gesprek met de commissie uitgenodigd.

De RTE geeft over de meldingen die zij toetst een schriftelijk oordeel. De arts ontvangt het oordeel van de commissie in beginsel binnen de wettelijke termijn van zes weken. Deze termijn kan één keer met zes weken worden verlengd. Deze termijnen kunnen soms langer zijn in het geval een commissie nadere schriftelijke en/of mondelinge toelichting of informatie van de meldend arts of de consulent nodig heeft. Ook brengt nader intern overleg in het kader van de hierna te bespreken harmonisatie soms onvermijdelijk enige verlenging van genoemde termijnen met zich mee. In de ontvangstbevestiging van de melding, waarin is opgenomen dat deze in beginsel binnen de wettelijke termijn van (twee maal) zes weken zal worden behandeld, wordt de meldend arts op die mogelijkheid geattendeerd.

Komt de commissie tot het oordeel dat de arts aan alle zorgvuldigheidseisen heeft voldaan dan eindigt daarmee de fase van toetsing en beoordeling. De zaak is hiermee de facto afgedaan.

Een oordeel van de commissie dat de arts niet conform één of meer zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld wordt niet alleen aan de arts gestuurd, maar ook met bijbehorend dossier naar het College van procureurs-generaal en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (artikel 9, tweede lid WTL). Het College bepaalt – al dan niet na een gesprek met de arts – of tot strafvervolging wordt overgegaan. De Inspectie beslist – al dan niet na een gesprek met de arts – of tot het aanhangig maken van een tuchtzaak wordt overgegaan of andere maatregelen worden getroffen.

Het College van procureurs-generaal en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd stellen de RTE op de hoogte van hun beslissingen. De coördinerend voorzitter en algemeen secretaris van de RTE voeren jaarlijks overleg met het College en de Inspectie.

SAMENSTELLING EN ORGANISATIE RTE
De plaats van overlijden van de patiënt bepaalt welke toetsingscommissie bevoegd is.
Elke commissie bestaat uit drie leden: een jurist (voorzitter), een arts en een ethicus. Uitgangspunt is dat een commissie voor iedere discipline drie commissieleden heeft. Aldus fungeren per regio in totaal negen commissieleden. Dezen kunnen allen, en dat gebeurt ook regelmatig, als plaatsvervangend lid optreden in andere regio’s, zowel bij de digitale beoordeling van meldingen als bij de behandeling en beoordeling van meldingen in de maandelijkse commissievergadering. Iedere commissie wordt bijgestaan door een secretaris die jurist is. Deze heeft met betrekking tot de toetsing een voorbereidende rol en een raadgevende stem in de maandelijkse commissievergadering.

HARMONISATIE
Indien een commissie voornemens is het oordeel uit te spreken dat de arts niet heeft gehandeld conform één of meer zorgvuldigheidseisen, legt zij het voorgenomen oordeel plus het bijbehorende dossier – digitaal – voor advies en commentaar voor aan alle andere RTE leden. Vaak wordt ook van meldingen die een gecompliceerde casus betreffen het conceptoordeel dat de arts wel conform de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld aan alle andere RTE leden voorgelegd. De commissie kan een bepaalde vraag die voortvloeit uit een melding ook voor advies voorleggen aan de (interne) reflectiekamer van de RTE. De reflectiekamer zal deze gerichte vraag in beginsel binnen zes weken beantwoorden in de vorm van een advies. Het eindoordeel in de melding wordt gegeven door de oorspronkelijk commissie van drie.

Jaarlijks wordt voor alle leden en secretarissen een themabijeenkomst georganiseerd over een complex en/of actueel onderwerp. Daarbij worden vaak ook externe deskundigen uitgenodigd. Ten minste twee maal per jaar vindt het voorzittersoverleg plaats. Bij dit voorzittersoverleg zijn ook steeds de algemeen secretaris, secretarissen van RTE en de adjunct-directeur ESTT aanwezig. Daarnaast zijn er twee keer per jaar disciplineoverleggen van juristen, artsen en ethici onderling. Op deze wijze wordt inhoud gegeven aan het streven naar harmonisatie en eenheid bij het toetsen en de besluitvorming.

TRANSPARANTIE EN VOORLICHTING
Om artsen en andere betrokkenen een goed en actueel beeld te kunnen bieden van de oordelen van de RTE en om hun interpretatie van de zorgvuldigheidseisen beter toegankelijk en kenbaar te maken, hebben de RTE in april 2015 een Code of Practice uitgebracht.

CODE OF PRACTICE
De Code of Practice geeft een overzicht op hoofdlijnen van de aspecten, die de toetsingscommissies relevant vinden bij de uitoefening van hun wettelijke taak: het toetsen aan de wettelijke zorgvuldigheidsvereisten van meldingen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. De Code of Practice is een samenvatting van de overwegingen die de toetsingscommissies daarbij hebben en zijn gepubliceerd in jaarverslagen en openbaar gemaakte oordelen. De Code of Practice richt zich op die overwegingen en laat de casuïstiek buiten beschouwing. De Code of Practice is digitaal en op aanvraag als publicatie beschikbaar.

PUBLICATIE VAN CASUÏSTIEK OP DE WEBSITE
De publicatiecommissie van de RTE heeft tot taak om die oordelen die van belang zijn voor de normontwikkeling op een inzichtelijke manier (geanonimiseerd) te publiceren op de website van de RTE. Daartoe behoren in ieder geval alle oordelen dat de arts niet conform één of meer zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld. Deze worden bij voorrang gepubliceerd op de website van de RTE.

Ook geven de RTE inhoud aan hun voorlichtende taak .
De RTE verlenen hun medewerking aan de opleiding tot consulent, die wordt verzorgd door de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) in het zogenoemde Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (SCEN) programma. Ook bezoeken commissieleden desgevraagd eens in de twee jaar de intervisiebijeenkomsten van SCEN-artsen in hun regio. Daarbij komt ook het belang van goede verslaglegging door de SCEN-arts aan de orde. Ten behoeve van het opstellen van het consultatieverslag is de Leidraad Verslag van de SCEN-arts uitgebracht.

Bevindingen van de RTE omtrent consultatieverslagen worden in beginsel rechtstreeks door hen teruggekoppeld aan de consulent die het betreft. Jaarlijks in algemene termen en dus anoniem aan de KNMG. Indien een consulent structureel slecht blijft presteren ook na uitgebreide feedback van de commissie dan behoudt de RTE zich het recht voor om deze consulent met naam en toenaam bekend te maken bij de KNMG.

Functie eisen

Alle RTE leden beschikken over een grote mate van overtuigingskracht, maar zijn tegelijkertijd bereid en in staat zich te laten overtuigen, zij zijn goed in staat om constructief samen te werken in teamverband en zetten zich in om gezamenlijk in goede harmonie tot een afgewogen beslissing te komen. De leden hebben voldoende tijd beschikbaar om deze rol goed in te vullen.

Overige belangrijke competenties zijn: werkdrukbestendigheid, zakelijke benadering van een casus, eigen opvattingen niet laten overheersen, efficiënt kunnen vergaderen en oog hebben voor nuances.

VIJF JURISTEN/VOORZITTERS

Functie-eisen
U bent een ervaren jurist met een langjarige werkervaring in de juridische praktijk, waarin u nog werkzaam bent of recentelijk werkzaam bent geweest. U bent in staat tot objectieve oordeelsvorming en hebt kennis van of affiniteit met de gezondheidszorg en medisch-ethische kwesties. U bent in staat om het vraagstuk van euthanasie op objectieve wijze te
beschouwen en in concrete situaties in teamverband te beoordelen. U hebt ervaring met multidisciplinair overleg en bent een bekwaam vergadervoorzitter en geeft op een prettige en evenwichtige wijze sturing aan het proces. Kennis van en/of praktijkervaring op het gebied van gezondheidsrecht strekt tot aanbeveling.

DRIE ARTS-LEDEN

Functie-eisen
U beschikt over meer dan vijf jaar medische praktijkervaring en bent BIG geregistreerd. U bent
bekend met de euthanasiepraktijk en de wet- en regelgeving op dit terrein. U bent op de hoogte van ontwikkelingen op het terrein van palliatieve zorg. U bent in staat om het vraagstuk van euthanasie op objectieve wijze te beschouwen en in concrete situaties in
teamverband te beoordelen.
Kennis van en ervaring op het gebied van psychiatrie, dementie en ouderengeneeskunde en/of ervaring als SCEN-arts strekt tot aanbeveling.

VIER LEDEN DESKUNDIG OP HET GEBIED VAN ETHISCHE- OF ZINSGEVINGSVRAAGSTUKKEN

Functie-eisen
U bent academisch gevormd en hebt bij voorkeur een voltooide opleiding Wijsbegeerte, Theologie, Gedragswetenschappen, Humanistiek of een (universitaire) masteropleiding Ethiek. U bent deskundig op het terrein van ethische of zingevingvraagstukken. U hebt aantoonbare kennis en ervaring met ethiek en ethiekbeoefening. U bent in staat om, binnen de normatieve kaders van de wet, vanuit dit perspectief het vraagstuk van euthanasie op objectieve wijze te beschouwen en in concrete situaties in teamverband te beoordelen. U hebt aantoonbare kennis van of affiniteit met medisch-ethische vraagstukken in de gezondheidszorg.
Bekendheid met de praktijk van de gezondheidszorg strekt tot aanbeveling.

Aanbod

BENOEMING
Benoeming op voordracht van de Toetsingscommissies Euthanasie vindt plaats door de ministers van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor een periode van vier jaar. Herbenoeming is eenmaal mogelijk.

HONORERING
De functie van Lid van een Toetsingscommissie Euthanasie wordt gehonoreerd op basis van het aantal beoordeelde meldingen. De commissieleden ontvangen een vergoeding op basis van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies (Wvac) en de daarop gebaseerde regelgeving.
Reiskosten, kosten van bijeenkomsten en andere kosten om uw werk goed te kunnen doen, kunt u declareren via een declaratieformulier dat door het secretariaat van de regio wordt verstrekt. Bij het indienen van de eerste declaratie dient een kopie van uw bankafschrift van de rekening waarop u de declaratie wil ontvangen te worden bijgevoegd.

Inlichtingen

Op onze website www.publicspirit.nl vindt u de meest actuele informatie.
Meer informatie over de organisatie kunt u vinden op: www.euthanasiecommissie.nl.

PublicSpirit kan u meer informatie verschaffen over de procedure. Voor inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met Jetske Goudsmit of Brenda Kamps. Heeft u vragen over de sollicitatieprocedure, dan kunt u terecht bij de projectassistenten Franka Vroom en Karin Mulder, allen te bereiken via telefoonnummer 033-4459443. U kunt uw vraag tevens per mail voorleggen: info@publicspirit.nl.

Sollicitatie

U kunt reageren tot en met 1 januari 2018.
U kunt uw sollicitatie met motivatiebrief en CV indienen via www.publicspirit.nl. Wij vragen u in uw brief en cv duidelijk aan te geven waaruit uw betrokkenheid met de euthanasiepraktijk en uw ervaring op het gebied van medisch-ethische vraagstukken blijkt.

Vanuit de vacature op de website kunt u solliciteren via ‘direct solliciteren’. Indien uw sollicitatie correct door ons is ontvangen, krijgt u een automatisch gegenereerde ontvangstbevestiging. Mocht de optie ‘ direct solliciteren’ onverhoopt niet werken, dan kunt u uw sollicitatie ook mailen naar info@publicspirit.nl t.a.v Brenda Kamps en Jetske Goudsmit onder vermelding van vacatures Euthanasiecommissie.

Medio januari 2018 presenteert PublicSpirit alle reacties aan de selectiecommissie van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie. Vervolgens worden die kandidaten uitgenodigd voor een gesprek met de selectiecommissie van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie. Deze gesprekken vinden in februari 2018 plaats. Zodra data bekend zijn, zullen wij u daarvan op de hoogte stellen.
De selectiecommissie stelt uiteindelijk de voordracht voor benoeming samen die voorgelegd wordt aan de ministers van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Een verklaring omtrent gedrag (VOG) maakt deel uit van de procedure.

Direct solliciteren

Persoonsgegevens

Man Vrouw
PDF, DOC, DOCX 8M
8M
Toevoegen

Contactgegevens

Prive Werk
Toevoegen

Adresgegevens

PublicSpirit