Arne van Hout (gemeentesecretaris Nijmegen): “Vooral sturen vanuit je hart en je buik”

Talent aan het woord: Dat is het thema van PublicSpirit voor 2018. Welke mensen maken al jong het verschil? Wat drijft hen; hoe realiseren ze hun ambities? Hoe gaan ze om met hun grote verantwoordelijkheden? We geven in het komende jaar het woord aan tien jonge succesvolle vrouwen en mannen die werkzaam zijn in de werkvelden waarvoor PublicSpirit zich inzet. We verheugen ons erop hun inspirerende verhalen aan u te presenteren op onze website. We geven het woord aan Arne van Hout. Lees het interview hier of download de pdf. Ga naar Talent aan het woord voor een overzicht van alle interviews in de reeks.

arne van hout

Op je veertigste al beginnen aan je tweede baan als gemeentesecretaris, en dan ook nog in een grote gemeente als Nijmegen. De loopbaan van Arne van Hout is heel ongewoon, en dat is zijn combinatie van talenten ook: hij is zowel een ‘alfa’ als een ‘beta’; studeerde milieukunde en rechten. Arne begon zijn ambtelijke loopbaan in de sfeer van de ruimtelijke ordening, maar al gauw werden zijn capaciteiten op het terrein van het brede management gespot. Zijn voornaamste drijfveer is zijn gevoel; “Elke dag in de spiegel kijken met de vraag: heb ik het beste gedaan voor deze mensen en deze organisatie? Je moet natuurlijk je hoofd erbij houden, maar vooral sturen vanuit je buik en hart.” 

Omgaan met tegengestelde belangen

“Het voelt alsof het me is overkomen, ik heb nooit sterke ambities in een bepaalde carrièrerichting gehad”, zegt Arne van Hout (41), sinds anderhalf jaar gemeentesecretaris van Nijmegen. Wel heeft hij altijd geweten dat hij het zou zoeken in een publieke omgeving. “Al generaties lang waren er burgemeesters en andere politieke bestuurders in mijn familie, zoals mijn moeder: Zij was jarenlang wethouder. Het was voor mij een vanzelfsprekende lijn. Het ruimtelijke aspect bij de overheid vind ik heel interessant, vandaar de keuze voor milieukunde. Mijn eerste opdrachten
bij gemeenten, als interim adviseur, waren in die sfeer. Gelijktijdig heb ik ook altijd de verbreding gezocht: Ik houd erg van het politieke, van tegengestelde belangen. Goed omgaan met conflicten, dat is wel een talent dat ik in mezelf herken. Ik werd interim hoofd Ruimtelijke Ordening in Weesp en ging daarna naar de gemeente Rozendaal (bij Arnhem), waar ik zo’n beetje hoofd van alles was.”

“Je kunt het van niemand afkijken”

“Het was natuurlijk toeval, maar er zijn in mijn loopbaan al veel bijzondere dingen, incidenten en ontwikkelingen gebeurd die mij mede gevormd hebben. Vreemd genoeg vaak in de context van overlijdensgevallen in mijn professionele omgeving. De secretaris van de gemeente Bronckhorst zag in mij een bredere potentie dan de functie van hoofd Bouw en milieu. Hij heeft als het ware mijn bedje gespreid. Spijtig genoeg werd hij na korte tijd ziek en raakte hij arbeidsongeschikt, waarna ik hem opvolgde als gemeentesecretaris. Dat was wel navrant want ik was erg op hem gesteld en heb veel van hem geleerd. Sowieso heb ik veel meegemaakt in deze herindelingsgemeente, van familiedrama’s tot dramatische bedrijfssluitingen. En vervolgens overleed helaas de burgemeester. Je staat mensen bij in hun verdriet en gelijktijdig moet je allerlei dingen zakelijk regelen. Dat kun je van niemand ‘afkijken’, je moet alles zelf bedenken en draagt overal zelf de verantwoordelijkheid voor, ook al ben je de jongste gemeentesecretaris. Ik heb in al deze situaties toch vooral gekoerst op de ‘zachte’ kant.”

Hart en buik

Kennelijk viel dat op, want je bent meteen in een grote stap in Nijmegen terecht gekomen, met zo’n 175.000 inwoners de tiende gemeente van het land. Moet je nu heel andere vaardigheden aanboren, in zo’n grote organisatie? Arne: “Nee, ik werk hier vanuit dezelfde prioriteiten en hanteer dezelfde aanpak, omdat ik zo ben. Ik wil graag mensen op weg helpen, richt mij sterker op mensen dan op processen, hoewel ik natuurlijk wel moet zorgen dat de processen goed geregeld zijn. Dat accent is niet zo gewoon in een baan zoals ik nu heb, dat blijkt uit allerlei reacties. Het
belangrijkste element is voor mij vooral het morele leiderschap: waar wil je naartoe met de mensen, hoe creëer je een sfeer waar mensen op een ontspannen manier het beste uit hun talenten en vermogens halen. We zijn over het algemeen teveel met het hoofd bezig, te weinig met hart en buik. Grafieken en cijfers komen er toch wel, dankzij onze collega’s die we hierop jarenlang geselecteerd en getraind hebben en die overigens vaak meer waardering verdienen dan ze krijgen.

Durven tegen te spreken

“Ik ben een directeur-secretaris die het bestuur wel durft tegen te spreken, dat was zo vanaf dag één, toen een wethouder aan een groep inwoners iets wilde beloven dat de ambtelijke organisatie absoluut niet kon waarmaken. Dat ik daar meteen stevig tegenin ging, werd wel heel opmerkelijk gevonden. Ik wil goede ideeën aanboren en daar ruimte voor maken. Maar ook reflectie geven, zowel binnen het bestuur, als bij de ambtelijke organisatie. En ook ten opzichte van de inwoners, want burgerparticipatie betekent niet: ‘U vraagt, wij draaien’. Je moet altijd de grotere
context of de keerzijde laten zien en de toekomst in het vizier houden.” Hoe benoem je dit talent en kun je een concreet voorbeeld geven? Arne: “Je kunnen verplaatsen in anderen en dan iets bedenken om de verbinding tot stand te brengen, om muren te slechten. Er was in deze gemeente bijvoorbeeld altijd veel gedoe met de grote krant die hier voor de informatie en beeldvorming heel belangrijk is, maar men zat over en weer vast in vooroordelen en bij voorbaat met de hakken in de grond. Toen heb ik gevraagd of ik eens een halve dag mocht meelopen op de redactie, om meer gevoel bij hun werk te krijgen en de cultuurverschillen beter te begrijpen. Dat vond men aan beide kanten zeer opmerkelijk. Zoiets lost niet meteen alles op, maar het helpt wel.

Zowel alfa- als beta-mensen zijn nodig

Welke mensen wil je hebben in jouw organisatie? Arne: “Het gaat erom dat mensen zich bewust zijn van hun kwaliteiten. Weten welke opgave past bij jou en wat je kracht is. Iedereen die een baan heeft, was ooit de beste van de groep sollicitanten: Het is goed om je dat te realiseren. Het maakt niet uit waarin je goed bent, de samenleving is veelvormig. Alle kwaliteiten zijn nodig, zowel alfa als beta. De technologie helpt ons door signalen te leveren, maar de mens maakt de afweging. Technologie zal nooit het menselijke beoordelingsvermogen en de besluitvorming overnemen. De interessantste vraagstukken doen zich volgens mij voor op het kruispunt van technologie en ethiek. Zoals: de discussie over preventief ingrijpen in de begeleiding van een kind, wanneer alle indicatoren van een gezin op onveilig staan. Die indicatoren zijn te vinden in de gegevens van de gemeente, maar mag de gemeente die gegevens gebruiken om tot actie over te gaan? Dat is een actueel vraagstuk, met alle discussies rondom informatieveiligheid en privacy. Ingewikkeld, dus heel erg nodig om het er goed met elkaar over te hebben, vanuit de verschillende kennisgebieden.

Stabiliteit tussen huis en werk

Welke toekomst zie je voor je? Arne: “Geen idee. Ik vind de stabiliteit tussen thuis en werk heel belangrijk. We hebben drie schoolgaande kinderen, ik zing in een theaterkoor en ben ook bestuurlijk betrokken bij een theater in Zutphen. Mijn vrouw heeft ook een drukke baan en we plannen beiden tijd in om aan de kinderen te kunnen besteden. Dat gaat nu heel goed. Onze ouders helpen ad hoc graag mee om alles draaiende te houden. Ik denk wel eens dat een burgemeesterschap eventueel in het verschiet zou kunnen liggen, maar dat slokt wel je hele privéleven op.
Bovendien: Verhuizen, dat wil ik mijn gezin nu niet aandoen. Misschien dient zich nog een mogelijkheid aan waar ik nu nog niet aan denk. In ieder geval wil ik wel actief blijven in het publieke domein. Ik hecht ook veel aan voortdurende uitbreiding van kennis via allerlei gremia, zoals congressen. Je ontmoet er ook interessante en inspirerende mensen. Daarom ben ik ook bestuurslid van de Vereniging voor Bestuurskunde.”

Inzicht ophalen bij elkaar

Wat is je uitdaging voor de korte termijn? “Ik zou wel graag iets willen doen aan intervisie, echt inzicht ophalen bij elkaar, dus niet blijven steken in oppervlakkigheden. Als het bijvoorbeeld gaat om organisatieontwikkeling, zijn er veel schreeuwers op de markt die hun bedenksels parmantig presenteren, maar vaak wordt ’t vervolgens een puinhoop. De gemeente is geen speeltuin, en ik geloof niets van een garantie op honderd procent succes. Vernieuwen om te vernieuwen leidt tot niets. De ‘klassieke mensen’ heb je net zo hard nodig als de vernieuwers. Het is waardevol wanneer mensen de dingen kunnen doen waar ze goed in zijn. Dat is belangrijker dan hoeveel groter, meer, beter of innovatiever het moet zijn en dat geldt ook voor mij.”

Download het interview of ga naar Talent aan het woord voor een overzicht van alle interviews in de reeks.

PublicSpirit